PCOB Driebergen

Woonbehoeften-onderzoek (een half rapport)
Eind augustus werd het rapport ‘Woonbehoeftenonderzoek’ gepresenteerd aan de gemeenteraad en belangstellenden.

Het rapport bevat veel nuttige gegevens over de huidige bevolkingssamenstelling in onze gemeente en de te verwachten demografische ontwikkelingen. En natuurlijk over de huidige woningvoorraad, zowel kwantitatief als kwalitatief. Vanuit deze gegevens kan worden berekend wat in de toekomst de ‘woonbehoefte’ zal zijn.

In de vrije sector ligt de uitdaging
Opmerkelijk is dat zowel in het rapport als bij de discussie tijdens de presentatie veel aandacht uitging naar de constatering dat er tot 2040 per jaar 40 woningen in de sociale sector moeten bijkomen. De zorg of dit zal lukken, is begrijpelijk gezien het tekort aan bouwterreinen. Maar toch is dit niet het grootste probleem in de woningmarkt. Met alle respect voor de klus waar de woningcorporaties voor staan, in de vrije sector ligt de echte uitdaging. Bijna 70% van de woningvoorraad bestaat uit particuliere koopwoningen. Dat zijn vooral vrijstaande woningen, twee-onder-éénkappers of flinke gezinswoningen. In een groot aantal daarvan wonen mensen op leeftijd, voor wie de woning elk jaar dat ze ouder worden, minder geschikt wordt. De grootste opgave zal zijn dat er voor deze bewoners aantrekkelijke alternatieven komen (zowel huur als koop, in verschillende prijsklassen). Als ouderen gaan verhuizen naar woningen, die beter passen bij hun levensfase, komen er huizen beschikbaar voor jongere gezinnen. En die jongere gezinnen zijn nodig, alleen al om te voorkomen dat in 2040 inderdaad 56% van de huishoudens in onze gemeente uit 65-plussers zal bestaan, zoals het rapport voorspelt. Kortom gemeente, richt daar het woningbouwbeleid op.
Overigens, iedereen een alternatief bieden, dat zal nooit mogelijk zijn. Velen moeten blijven waar ze zijn. Dat betekent dat veel woningen moeten worden aangepast, zodat ook ouderen met minder mobiliteit in hun huis kunnen blijven wonen. Zal dat gebeuren? Zou het invoeren van een ‘blijverslening’ hierbij wellicht een klein beetje kunnen helpen?

Wat zijn woonbehoeften?
Een tweede opmerkelijk punt uit het rapport is dat het woord ‘woonbehoeften’ vooral kwantitatief is ingevuld: hoeveel woningen zijn er over zoveel jaar nodig. Maar bij ‘behoeften’ denk je toch ook aan ‘wensen’. Wat die oudere mensen zoeken of welke eisen ze stellen aan een toekomstige woning, daar is niet naar gevraagd en daar wordt in het rapport weinig over geschreven. Hier wreekt zich het feit dat tot de samenstellers van het rapport geen makelaar of andere kenner van de vrije sector behoorde. Zou het niet eens tijd worden voor een breed opgezet onderzoek in onze gemeente (of desnoods in één dorp) naar de woonwensen van ouderen, die nu nog wonen in een koopwoning, die niet geschikt is voor de echte oude dag? Natuurlijk, het antwoord van velen zal zijn: ‘Ik wil hier tot mijn laatste snik blijven’. Maar doorvragen levert vast interessante nuanceringen op dit antwoord op.
Wim Renkema, tel. 0343-514657
Bestuurslid Seniorenplatform